Type
Supernova-rest
M1 - resten van een ster die in 1054 explodeerde. De Krabnevel is het overblijfsel van een zware ster die als supernova ontplofte. Die ontploffing werd in het jaar 1054 vanaf de aarde gezien.
In het midden bleef een extreem compacte neutronenster achter: de Krabpulsar. De draden en gloed in de animatie laten zien hoe energie en gas nog steeds naar buiten bewegen.
Supernova-rest
Ongeveer 6.500 lichtjaar
Ongeveer 11 lichtjaar breed
In het centrum draait een pulsar ongeveer 30 keer per seconde.
De Krabnevel is bijzonder omdat hij geen rustige sterrenkraamkamer is, maar het overblijfsel van een zware ster die als supernova ontplofte. Het gas beweegt nog steeds naar buiten. Daardoor is de nevel een soort kosmisch spoor van een gebeurtenis die ooit enorm veel energie vrijmaakte.
In het midden zit een pulsar: een zeer compacte neutronenster die na de ontploffing is overgebleven. Dat maakt de Krabnevel waardevol voor uitleg over zware sterren, explosies, snelle deeltjes en de manier waarop sterren hun omgeving veranderen.
De Krabnevel laat goed zien dat de ruimte niet stil staat. Wat op een foto een wolk lijkt, is in werkelijkheid materiaal dat met enorme snelheid uitdijt en nog steeds verandert.
De Krabnevel laat een andere kant van het heelal zien dan de Orionnevel. Hier kijken we niet naar een wolk waar vooral nieuwe sterren ontstaan, maar naar een overblijfsel van een zware ster die ontplofte. Daardoor past de Krabnevel goed bij uitleg over de levensloop van sterren.
In het midden bleef een compacte neutronenster over. Die draait snel en beïnvloedt de omgeving. Het materiaal dat bij de ontploffing werd weggeslingerd vormt draden, wolken en heldere structuren. Foto's van de Krabnevel laten daardoor een energiek, chaotisch object zien.
Voor de bezoeker is de belangrijkste les dat sterren niet allemaal op dezelfde manier eindigen. Sommige sterren worden witte dwergen, andere laten veel krachtiger resten achter.
Deze pagina is bedoeld als rustige uitleg, niet alleen als korte feitenkaart. Begin bij de vorm van de nevel: is hij rond, draadachtig, donker, wolkachtig of vol pilaren? Kijk daarna naar het type nevel. Een emissienevel, donkere nevel, planetaire nevel en supernova-rest vertellen allemaal een ander verhaal over sterren en gas in de ruimte.
De afstand en grootte zijn handig, maar ze zijn niet het enige belangrijke. De belangrijkste vraag is wat de nevel laat zien. Gaat het om geboorte van sterren, om stof dat licht tegenhoudt, om een ontplofte ster of om een ster die zijn buitenlagen heeft verloren? Door die vraag te stellen, wordt het verschil tussen de nevels duidelijker.
Gebruik de knoppen naar andere nevels om te vergelijken. Vergelijk bijvoorbeeld de Orionnevel met de Adelaarsnevel, omdat beide met stervorming te maken hebben. Vergelijk daarna de Krabnevel met de Ringnevel, omdat die juist meer vertellen over het einde van sterren. Zo wordt de nevelsectie een leerroute in plaats van alleen een verzameling losse namen.