Emissienevel

Orionnevel

M42 - sterrenkraamkamer in het sterrenbeeld Orion. De Orionnevel is een enorme wolk van gas en stof waarin nieuwe sterren ontstaan. Je ziet hem aan de hemel als een wazig vlekje in het zwaard van Orion.

In het hart zitten jonge, hete sterren die het gas laten oplichten. Daardoor krijgt de nevel zijn herkenbare roze en rode gloed.

Animatie

Animatie van de Orionnevel

Alle nevels
De animatie van de Orionnevel kan in deze browser niet worden getoond.
Roze en rood gas dat door jonge sterren wordt verlicht.
Donkere stofbanen die delen van de nevel tegenhouden.
Heldere jonge sterren in en rond het centrum.
Een zachte, wolkachtige vorm in plaats van een harde rand.

Waar kijk je naar?

Type

Emissienevel

Afstand

Ongeveer 1.344 lichtjaar

Grootte

Ongeveer 24 lichtjaar breed

Bijzonder

Een van de helderste nevels aan de hemel.

Wat betekenen de kleuren?

Roze/rood: gloeiend waterstofgas dat licht uitzendt.
Geel/wit: jonge heldere sterren in het centrum.
Donkerbruin: stof dat licht blokkeert.
Witte puntjes: sterren in en achter de nevel.

Wist je dat?

  • De Orionnevel is met het blote oog zichtbaar op een donkere avond.
  • In de nevel liggen proplyds: schijven van gas en stof waar planeten kunnen ontstaan.
  • De jonge sterren in het Trapezium zijn kosmisch gezien nog heel jong.

Extra uitleg over de Orionnevel

De Orionnevel is populair omdat hij relatief dichtbij staat en in een herkenbaar sterrenbeeld ligt. Hij is een van de beste voorbeelden van een stervormingsgebied: een plek waar gas, stof en zwaartekracht samen nieuwe sterren kunnen maken.

In foto's lijkt de Orionnevel vaak roze, rood en soms groenachtig. Die kleuren komen niet uit verf of vaste oppervlakken, maar uit gas dat door straling van jonge sterren oplicht. Donkere banen zijn stofwolken die licht tegenhouden.

Wie de Orionnevel begrijpt, krijgt een goede basis voor andere nevels. Je ziet dat sterren niet zomaar los in de ruimte verschijnen, maar kunnen ontstaan in grote wolken waarin koude en warme delen naast elkaar bestaan.

Waarom de Orionnevel een goed beginpunt is

De Orionnevel is een goed beginpunt omdat hij laat zien hoe een stervormingsgebied eruit kan zien. In het centrum zitten jonge sterren die veel energie uitstralen. Rond die sterren ligt gas dat door die energie oplicht. Daarom is de Orionnevel tegelijk een mooi beeld en een duidelijke les over het ontstaan van sterren.

Voor bezoekers is vooral het verschil tussen lichte en donkere delen interessant. Heldere delen wijzen op gas dat zichtbaar wordt door straling. Donkere delen wijzen op stof dat licht blokkeert. Daardoor is de nevel niet één egale vlek, maar een gebied met lagen, diepte en structuur.

Wie de Orionnevel begrijpt, kan daarna makkelijker naar de Adelaarsnevel kijken, waar ook nieuwe sterren ontstaan, of naar de Krabnevel, waar juist het einde van een zware ster zichtbaar is.

Hoe lees je deze nevelpagina?

Deze pagina is bedoeld als rustige uitleg, niet alleen als korte feitenkaart. Begin bij de vorm van de nevel: is hij rond, draadachtig, donker, wolkachtig of vol pilaren? Kijk daarna naar het type nevel. Een emissienevel, donkere nevel, planetaire nevel en supernova-rest vertellen allemaal een ander verhaal over sterren en gas in de ruimte.

De afstand en grootte zijn handig, maar ze zijn niet het enige belangrijke. De belangrijkste vraag is wat de nevel laat zien. Gaat het om geboorte van sterren, om stof dat licht tegenhoudt, om een ontplofte ster of om een ster die zijn buitenlagen heeft verloren? Door die vraag te stellen, wordt het verschil tussen de nevels duidelijker.

Gebruik de knoppen naar andere nevels om te vergelijken. Vergelijk bijvoorbeeld de Orionnevel met de Adelaarsnevel, omdat beide met stervorming te maken hebben. Vergelijk daarna de Krabnevel met de Ringnevel, omdat die juist meer vertellen over het einde van sterren. Zo wordt de nevelsectie een leerroute in plaats van alleen een verzameling losse namen.