Type
Planetaire nevel
M57 - de uitgeblazen schil van een stervende ster. De Ringnevel is geen plek waar planeten ontstaan. De naam planetaire nevel komt doordat hij door oude telescopen op een klein rond schijfje leek.
In werkelijkheid zie je gas dat door een stervende ster is weggeblazen. In het centrum blijft een hete witte dwerg over die het gas laat oplichten.
Planetaire nevel
Ongeveer 2.300 lichtjaar
Ongeveer 1,3 lichtjaar breed
Een stervende ster heeft zijn buitenlagen de ruimte in geblazen.
De Ringnevel is een planetaire nevel, maar die naam kan verwarrend zijn. Er ontstaan geen planeten. De naam komt uit de tijd dat zulke nevels door oude telescopen op kleine ronde schijfjes leken.
In werkelijkheid is de Ringnevel het resultaat van een ster die zijn buitenlagen de ruimte in heeft geblazen. In het midden blijft een hete witte dwerg over. Die laat het uitgestoten gas oplichten.
De Ringnevel helpt om het verre einde van zonachtige sterren te begrijpen. Ook onze zon zal over miljarden jaren geen supernova worden, maar waarschijnlijk op een rustigere manier gaslagen verliezen en uiteindelijk als witte dwerg overblijven.
De Ringnevel lijkt op een eenvoudige ring, maar in werkelijkheid kijken we naar een driedimensionale gaswolk. De ringvorm ontstaat door de richting waarin wij het object zien en door de manier waarop het gas rond de centrale ster is verdeeld.
De centrale ster is heel heet en klein geworden. Het licht van die ster laat het gas eromheen oplichten. Daardoor is de Ringnevel een goede pagina om het verschil tussen geboorte en einde van sterren uit te leggen. Niet elke nevel is een kraamkamer; sommige nevels zijn juist afscheidswolken.
Dit onderwerp helpt ook om onze zon in een groter verhaal te plaatsen. De zon zal niet als zware supernova eindigen, maar kan later wel buitenlagen verliezen en een compacte witte dwerg worden.
Deze pagina is bedoeld als rustige uitleg, niet alleen als korte feitenkaart. Begin bij de vorm van de nevel: is hij rond, draadachtig, donker, wolkachtig of vol pilaren? Kijk daarna naar het type nevel. Een emissienevel, donkere nevel, planetaire nevel en supernova-rest vertellen allemaal een ander verhaal over sterren en gas in de ruimte.
De afstand en grootte zijn handig, maar ze zijn niet het enige belangrijke. De belangrijkste vraag is wat de nevel laat zien. Gaat het om geboorte van sterren, om stof dat licht tegenhoudt, om een ontplofte ster of om een ster die zijn buitenlagen heeft verloren? Door die vraag te stellen, wordt het verschil tussen de nevels duidelijker.
Gebruik de knoppen naar andere nevels om te vergelijken. Vergelijk bijvoorbeeld de Orionnevel met de Adelaarsnevel, omdat beide met stervorming te maken hebben. Vergelijk daarna de Krabnevel met de Ringnevel, omdat die juist meer vertellen over het einde van sterren. Zo wordt de nevelsectie een leerroute in plaats van alleen een verzameling losse namen.