OrionnevelM42 - Emissienevel
De Orionnevel is een enorme wolk van gas en stof waarin nieuwe sterren ontstaan. Je ziet hem aan de hemel als een wazig vlekje in het zwaard van Orion.
Nevels zijn grote wolken van gas en stof tussen de sterren. Sommige nevels zijn kraamkamers waar nieuwe sterren ontstaan. Andere nevels zijn juist resten van sterren die hun buitenlagen hebben weggeblazen of als supernova zijn ontploft.
Dit hoofdstuk gebruikt dezelfde rustige aanpak als de sterrenstelsel-animaties: eerst kijken naar de vorm, daarna uitleg over kleur, beweging en betekenis.
De Orionnevel is een enorme wolk van gas en stof waarin nieuwe sterren ontstaan. Je ziet hem aan de hemel als een wazig vlekje in het zwaard van Orion.
De Krabnevel is het overblijfsel van een zware ster die als supernova ontplofte. Die ontploffing werd in het jaar 1054 vanaf de aarde gezien.
De Adelaarsnevel is een groot stervormingsgebied. In de bekendste stofpilaren ontstaan nieuwe sterren diep in koude wolken van gas en stof.
De Ringnevel is geen plek waar planeten ontstaan. De naam planetaire nevel komt doordat hij door oude telescopen op een klein rond schijfje leek.
De Paardenkopnevel is beroemd door zijn silhouet. Je ziet geen fel gloeiende kop, maar juist een donkere wolk die licht van de achtergrond tegenhoudt.
Gas dat zelf licht uitzendt doordat jonge hete sterren het gas laten gloeien.
Dichte stofwolken die licht blokkeren. Daardoor zie je donkere vormen tegen een lichte achtergrond.
Gaslagen die een ster aan het einde van zijn leven de ruimte in blaast.
Uitdijend gas van een ster die is ontploft.
Een nevel is geen vast object met een harde rand. Het is meestal een grote, dunne wolk van gas en stof. Sommige nevels lichten zelf op doordat jonge hete sterren het gas laten gloeien. Andere nevels zijn juist donker, omdat stof het licht van sterren op de achtergrond tegenhoudt.
Nevels helpen om de levensloop van sterren te begrijpen. In stervormingsgebieden ontstaan nieuwe sterren uit koude wolken. In planetaire nevels blaast een ster aan het einde van zijn leven gaslagen de ruimte in. In supernova-resten zie je materiaal dat door een zware ster is weggeblazen na een ontploffing.
In emissienevels kunnen nieuwe sterren ontstaan. De Orionnevel en Adelaarsnevel zijn daar duidelijke voorbeelden van.
De Krabnevel laat zien wat overblijft na een supernova. De Ringnevel laat een rustiger einde van een zonachtige ster zien.
Kleur, vorm en donkere stofbanen geven aanwijzingen over temperatuur, gas, stof en jonge sterren.
Nevels maken zichtbaar dat de ruimte niet alleen uit planeten en sterren bestaat. Tussen sterren liggen grote gebieden met gas en stof. Soms zijn die wolken bijna leeg, soms vormen ze heldere patronen, en soms verbergen ze juist nieuwe sterren die nog niet goed zichtbaar zijn.
Voor beginners zijn nevels handig omdat ze kleur, vorm en verhaal combineren. Een rode emissienevel vertelt iets over gas dat door sterren wordt verlicht. Een donkere nevel vertelt iets over stof dat licht tegenhoudt. Een planetaire nevel laat zien wat er kan gebeuren wanneer een ster zijn buitenlagen verliest.
Door de nevelpagina's naast elkaar te lezen, wordt duidelijk dat één woord meerdere soorten objecten kan betekenen. Dat voorkomt verwarring en maakt de stap naar sterrenstelsels en sterrenlevens makkelijker.
Deze pagina is bedoeld als rustige uitleg, niet alleen als korte feitenkaart. Begin bij de vorm van de nevel: is hij rond, draadachtig, donker, wolkachtig of vol pilaren? Kijk daarna naar het type nevel. Een emissienevel, donkere nevel, planetaire nevel en supernova-rest vertellen allemaal een ander verhaal over sterren en gas in de ruimte.
De afstand en grootte zijn handig, maar ze zijn niet het enige belangrijke. De belangrijkste vraag is wat de nevel laat zien. Gaat het om geboorte van sterren, om stof dat licht tegenhoudt, om een ontplofte ster of om een ster die zijn buitenlagen heeft verloren? Door die vraag te stellen, wordt het verschil tussen de nevels duidelijker.
Gebruik de knoppen naar andere nevels om te vergelijken. Vergelijk bijvoorbeeld de Orionnevel met de Adelaarsnevel, omdat beide met stervorming te maken hebben. Vergelijk daarna de Krabnevel met de Ringnevel, omdat die juist meer vertellen over het einde van sterren. Zo wordt de nevelsectie een leerroute in plaats van alleen een verzameling losse namen.